Conservatorium Hotel

Adres: Van Baerlestraat 27, Amsterdam
Bouwjaar: 1899-1901
Architect: rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel
Restauratie architect: Architectenbureau J. van Stigt
Nieuwbouw: Meyer van Schooten Architecten
Opdrachtgever: Alrov Groep
Bouwbedrijf: Strukton BV, Utrecht
Bouwsom: ca. €40.000.000,- incl installaties
excl. interieur 
Start bouw: medio 2008
Jaar van oplevering: eind 2012
Bijzonderheden: Herbestemming Rijksmonument (Voormalige Rijkspostspaarbank,
voormalig Conservatorium) aan de Van Baerlestraat tot 5*+ hotel

 

Categorie:

Beschrijving

Voormalige Rijkspostspaarbank, later Conservatorium aan de Van Baerlestraat

Na een periode van analyses en verkenningen naar de mogelijkheden van hergebruik van het prachtige rijksmonument,  waar voorheen het Sweelinck Conservatorium en daarvoor het Rijkspostspaarbankgebouw gevestigd waren, is nu een hoog gekwalificeerd  hotel gerealiseerd; een combinatie van leisure, wellness, hotelfaciliteiten, winkels en parkeren, maar vooral herstel van een prachtig art-deco interieur. Wij zijn vanaf 2002 al betrokken geweest bij de ontwikkeling van wat nu het Conservatoriumhotel is. Dit project werd in 2012 gewaardeerd met de Gulden Feniks Prijs
Hieronder leest u meer over het proces van de herontwikkeling.

Inleiding
In een eerste stadium waren door de initiatiefnemers de onderstaande items als uitgangspunt geformuleerd:
(Citaten uit Stadsdeel rapport)
“Nieuwe binnenstedelijke centrumfuncties in het gebouw aan de Van Baerlestraat te Amsterdam Oud Zuid. Het gebouw herontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardig multifunctioneel complex met binnenstedelijke centrumfuncties. De functies in het gebouw moeten passen in het karakter van het Stadsdeel Oud Zuid waarbij wonen, werken en cultuur centraal staan”. “Bij de herontwikkeling van het gebouw, is het uitgangspunt dat de oude en nieuwe architectuur elkaar zullen versterken. Als referentie wordt verwezen naar het project ‘De Droogbak’ bij het Centraal Station te Amsterdam. Het monumentale karakter van het gebouw dient behouden te blijven. Het pand zal zoveel mogelijk teruggebracht worden in de oorspronkelijke staat”. “De geboden functies met een sterk eigen identiteit zullen moeten passen in het toekomstige karakter van het Stadsdeel Amsterdam Oud Zuid. Het nieuwe complex dient de representativiteit, de levendigheid en de openbaarheid van het gebied te versterken. Daarbij dient de propositie een toegevoegde waarde te bieden aan de culturele instellingen in de omgeving. De dienstverlening richt zich zowel op internationale zakelijke en toeristische bezoekers, het nationale en lokale bedrijfsleven, de bewoners van Amsterdam Zuid alsmede de vele cultuurminnende bezoekers van Amsterdam.”

Door ons bureau is het onderzoek in 2002 vanuit de bovengenoemde uitgangspunten opgepakt. In een aantal stappen zijn de potenties van het gebouw onderzocht, niet zozeer om tot een modelkeuze te komen maar om te analyseren wat het gunstigst zou zijn voor het gebouw en de stad, om duidelijkheid te geven in welke richting gezocht dient te worden en welke structuur daarbij altijd aan de orde zal zijn. Hierbij is rekening gehouden met de relatief lange tijd die rest tot het formeel vrijkomen van het gebouw en zijn de opties dus open gehouden. Er kan heel veel, maar wel vanuit de randvoorwaarden van het gebouw; de functies moeten de vorm en de mogelijkheden van het gebouw volgen en haar beperkingen respecteren. Optimalisatie is altijd een vermenging van functies. Door die combinatie van functies op de goede plaats in het gebouw te vestigen, ontstaat er ook een economische meerwaarde die andere gebruiksfuncties met maatschappelijke meerwaarde mogelijk maken.

Bijzonder in deze situatie is de toenmalige opdrachtgever die onze visie deelde en het lef had om vanuit het gebouw te denken en er zo waarde aan toe te voegen, en niet uitging van (1) mono gebruiksfunctie die (altijd) met het gebouw zou botsen.

Vanuit deze optiek is eind 2005 architectenbureau Meyer-van Schooten gevraagd voor een specifieke visie op de nieuwe invulling voor de binnenhof. Voor ons bureau betekende deze nauwe samenwerking aan een zelfde project een nieuwe en spannende uitdaging:

Historie & analyse
Citaat uit notitie BMA auteur F. Schmitt 2002
“Uit de redengevende omschrijving: Rijkspostspaarbank, gebouwd 1899-1901 door rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel. Groots opgezet hoekpand met bel-etage en twee verdiepingen onder dwars geplaatste zadeldaken, voorzien van balustraden op consoles met obelisken en dakkapellen. Opgetrokken in baksteen, afgewisseld met enkele natuurstenen banden, op natuurstenen rustica sokkel, in een persoonlijk opgevatte mengvorm van historische bouwstijlen. Gevel aan de Jan Luykenstraat in zelfde vorm, later uitgebreid in dezelfde, ietwat versoberde trant onder schilddak met dakkapellen. Inwendig lambrisering van tegeltableaus met voorstellingen van gestileerde bloemen, bijen, spinnen met web en provinciewapens, in Art Nouveau stijl; kruisgewelven en monumentale trappenhuizen met natuurstenen zuilen.”

Analyse van het gebouw
als voorbeeld van procesmatig werken
Onderzoek de vele varianten, maar altijd met als basis de uitgangspunten:

  • Gebouw qua toegankelijkheid verbeteren ook in uitstraling met name op straatniveau: creëren van een dubbelstraatniveau: straat en stoepniveau.
  • Binnenhof heeft enorme meerwaarde, niet teveel in bouwen, vooral ondergronds, straat en entree niveau. Boven verdiepingen profiteren aan de binnenhof zijde  van de open hof.
  • Blijf ‘open’ gangen en trappen benutten en de enorme hoogten; de karakteristieken die je krijgt  kosten geen geld.
  • Draagconstructie binnenhof zelfstandig en los houden: rekening houden met brand en warmte; in combinatie met liften en trap/galerij structuur.
  • Hoogte doorsnede in het pand, wat is de meerwaarde van de hoogte ten opzichte van meer m2.
  • Dak binnenhof op strategisch niveau, de goot hoogte van de kappen, daarmee centraal ook en logische functionaliteitscheiding tussen hotel

De conclusie uit de analyse van het gebouw was:

  • ongeschikt voor het Conservatorium
  • ongeschikt voor kantoren
  • ongeschikt voor 1 functie, altijd een mix van stedelijke functies
  • wonen/hotel
  • publieke functies: hotel-entree / leisure / wellness
  • commercieel/winkels of galerie
  • horeca/restaurant
  • heel veel verborgen kwaliteit en bijzondere hoogte structuur, veel is nog ‘beschermd’.
  • binnen de varianten gaat het om grenzen die je nu nog niet moet (willen) vastleggen, meer wonen of meer hotel, groter of kleiner restaurant, meer museum + galerie of meer winkels en faciliteiten.
  • herstel de poort functie van de binnenhof / Paulus Potterstraat
  • gebouw kop versterken dmv eigen entree en vrijhouden

Indertijd zijn  totaal 4 modellen als voorbeeld uitgewerkt.
Karakteristiek van alle modellen in functionele zin; toevoegen van ondergrondse ruimten en dubbel grondgebruik, 2 entreeniveaus, lagen boven straat en stoepniveau, diverse woonvormen (hotel en woningen).
De keuze werd gemaakt voor opbrengsten maximalisatie van het gebouw, om het Conservatorium (mede) vanuit die opbrengsten elders goede nieuwbouw te geven.

De tweede stap voor het gebouw
Na de eerste ronde in 2003 is vanaf 2005 het plan verder ontwikkeld i.s.m. het architectenbureau Meyer-van Schooten. Naar aanleiding van de eerste planopzet en uitwerking van ideeën is:

1. Er verder gezocht naar verfijning, maar ook verduidelijking van het onderscheid tussen de modellen. In alle gevallen betrof het ‘gemengde’ bestemmingen maar nu ligt het accent op de combinatie hotel/conferentieruimte en wonen/ateliers. Belangrijkste visiewijziging is het ontwikkelen van modellen waarbij het atrium als hart van het complex fungeert, de hoofdentree van het hotel direct vanaf straatniveau bereikbaar is en een onafhankelijke volume indeling toepasbaar is. Het gebouw bepaalt de grens van het maximum.

2a. De logistiek van de functies nader uitgezocht met name t.a.v. hotelfuncties;
2b. ‘Openbare’/entree gebieden + doorsneden visualiseren;
2c. Enkele inrichtingen van hotelkamers/woningen/entresol;

3a. Nader bouwkundig onderzoek met name naar de kappen, extra ramen en de bouwdieptes;
3b. Installatie- en constructieconcepten.

Het uitgangspunt bleef dat de varianten vingeroefeningen waren om de grenzen van de mogelijkheden en de vaste harde kerngegevens vast te stellen. De ‘bestemmingsplan’ aanvraag moest al die mogelijkheden openhouden zodat door markt en politiek beleid bepaalde nuancering altijd mogelijk bleef, zonder nu een onduidelijk vaag plan en zeker niet een provocerend plan te realiseren. Essentie uitbreiding: logisch, dienend, versterkend en niet massaal.

Het plan was in maart 2005 in V.O. stadium en werd uitgewerkt t.b.v. de bestemmingsplanprocedure. Het accent verschoof, naast leisure en wellness (3000 m2) naar hotelgelieerde functie (circa 9000 m2), en parkeervoorziening.

Verloop proces
Rond 2008 is de keuze gemaakt voor doorverkoop naar een Israëlische partij de “Alrovgroep”, die in het dure 5 sterren segment hotels bouwt. In de 3e stap naar UITVOERING, waar normaal onze kracht in integrale uitvoering en sturing van het proces ligt, werd hier in deze fase gekozen voor  “projectmanagement”. De Italiaanse interieur architect,(Lissoni) werd voorgesteld door de opdrachtgever, hetgeen voor Meyer en Van Schooten heeft geleid, om, na het bouwvergunningsstadium, afscheid te nemen in het proces. Van Stigt heeft het plan tot een DO en besteksfase gebracht, daarna werd onze rol in toenemende mate het bewaken en herstellen van het monument. In januari 2011 heeft Van Stigt afscheid genomen in het proces van wat wij al die jaren het Stradivariushotel hebben genoemd en nu Conservatoriumhotel is.

Kaart Stradivarius